Gemeenschappen

Nieuwsbrieven uit West-Papoea

Ton Tromp beschrijft zijn belevenissen en zorgen bij het leiden van de scholengemeenschap

 

Augustijnse gemeenschap in West-Papua
Nieuwsbrief december 2018 
Nieuwsbrief december 2017 
Nieuwsbrief zomer 2016 
Nieuwsbrief voorjaar 2016 

Uw bijdragen

Augustijnse gemeenschap in West-Papua, augustus 2019
Genoeg mensen en huizen voor een provincie!

 

Ton Tromp gaf op het Augustinusfeest op 28 augustus een overzicht van de stand van zaken voor de augustijnen in Indonesië. Gegevens die nodig waren voor het Generaal Kapittel in september. Waar liggen de prioriteiten en wat zijn de pijnpunten? Een samenvatting van zijn lezing.


Eerst een paar indrukwekkende getallen. Indonesië is groot: 5.500 km. breed, drie tijdzones, 265 miljoen inwoners en elk jaar komen er ruim zes miljoen baby's bij, 600 verschillende talen, 17.000 eilanden waarvan er 7.000 zijn bewoond. Na Groenland zijn de eilanden Papua en Kalimantan (Borneo) de grootste eilanden ter wereld. Er zijn bijna twee miljoen Papoea’s, nog geen 0,5% van de Indonesische bevolking, maar de provincies Papua en Papua Barat beslaan 20% van de Indonesische landoppervlakte. Sinds de transmigratiepolitiek zijn de autochtone Papoea's in steden als Sorong, Manokwari en Jayapura in de minderheid, met allerlei negatieve economische en culturele gevolgen voor hen. De vliegafstand tussen Sorong en Jayapua is meer dan 1000 km! Het land is schatrijk aan olie, hout en mineralen, neem de kopermijn in Tembagapura, aardgas in de Bitunigolf. In totaal hebben 22 Nederlandse en drie Spaanse augustijnen in Nieuw Guinea/Irian Barat gewerkt, maar nooit meer dan 14 man tegelijkertijd.  

Huizen, parochies en scholen
Onze augustijnse huizen bevinden zich vooral in Papua-Barat (West-Papoea) in de omgeving van de steden Sorong (3) , Manokwari (2) en Jayapura, maar we hebben ook een huis in Jakarta. Inclusief de twee conventen op de scholen zijn dat samen zeven huizen; zelfs twee meer dan nodig is om een provincie te worden. De Kongregasi Suster St. Augustinus van Ketapang (opgericht door de zusters Augustinessen van Heemstede) hebben hun moederhuis in Ketapang, op Kalimantan.

We zijn op veel plaatsen actief ondanks de grote afstanden. In de bisdom Manokwari-Sorong bedienen we de volgende parochies: St. Yosef in Ayawasi, (West Aifat, centrale Vogelkop), St. Ambrosius in Suswa, (Maree, centrale Vogelkop), St. Yosef in Senopi (Kebar-vlakte), Imanuel in Sanggeng (Manokwari-stad), St. Monika in Kampung Baru (Kaimana-stad), Emaus in Sorong-stad.  In het achterland van Jayapura, tegen de grens van Nieuw-Guinea aan, bedienen we nog twee parochies die tot het bisdom Jayapura behoren. Onze eigen parochiekerk staat in Maripi, naast de onderbouw van de SMP Villanova Maripi. Dat is de Salvatorkerk – Salvator was de kloosternaam van Frans Jonkergouw.

De oudste door ons gebouwde middelbare school, de SMA Augustinus in Sorong, behoort nu aan het bisdom. Daarom zijn er in de regio Manokwari twee Villanovascholen gebouwd die onderdeel zijn van ons vicariaat: de SMA Susweni (bovenbouw) en de SMP Maripi (onderbouw). De scholen beschikken over een jongens- en meisjesinternaat om met name de Papoea's meer kans op scholing te bieden. De scholen genieten een uitstekende reputatie. Op dit moment wordt er in Susweni een aula gebouwd. 

Augustijnse huizen en scholen in Indonesië 

afb.: Augustijnse huizen en scholen in Indonesië.
1 Sorong-stad: Vicariaat Tagaste; 2 Sorong-Aimas: Postulaat; 3 Sorong-Klagana: Noviciaat Hippo; 4 Jayapura-Waena: Professorium Kasisiakum; 5 Manokwari-Susweni: SMA Villanova school, internaat (klas 10-12); 6 Manokwari-Maripi: SMP Villanova school, internaat (klas 7-9); 
7 Jakarta, Tangerang: transit- en studiehuis Ostia; 8 Kalimantan, bisdom Ketapang: moederhuis zrs. Augustinessen  

Jonge augustijnen
Met 73 leden vormen we een tamelijk groot en vooral jong vicariaat. Onder hen zijn 45 geprofeste augustijnen (27 priesters, 3 diakens, 3 broeders, 12 fraters), 20 tijdelijk geprofesten en 8 novicen. Deze zomer hebben vier jongens hun plechtige professie afgelegd (zie foto, red.). We hebben meer geprofesten dan nodig is om een provincie te worden. De oudste (en dat ben ik) is 'maar' 74 jaar zou je in Nederland zeggen. Dan zijn er nog zes augustijnen van 50 jaar of ouder. Negen augustijnen zijn tussen de 40 en 49 jaar; alle andere leden (57) zijn jonger dan 40. Onder hen zelfs 34 jongeren onder de 30 jaar. Bij de zusters zijn er meer dan 100 leden en van hen komen er 14 van het eiland Papua, van wie 4 autochtoon Papoea.
     Juist omdat er zoveel jonge augustijnen zijn, is het apostolaat zeer belangrijk. We moeten ons blijven hernieuwen met aandacht voor Augustinus en augustijnse spiritualiteit. Binnen dit groeiende vicariaat, met aspiranten al bijna 80 man sterk, dient ook de vorming en training van leiders goed gewaarborgd te worden. Er zijn prioren nodig, economen, procurators voor de huizen, het vicariaatsbestuur, de scholenstichting.

Wanneer je kijkt naar de etnische herkomst van de 73 augustijnen, is bijna eenderde (25 leden) autochtoon Papoea. Er zijn 33 mensen afkomstig van Flores en Timor, 11 van de Molukken, 3 van Toradja en Manado, en een uit Nederland. Van de 48 niet-autochtone Papoea's kwamen dus 30 mensen rechtstreeks naar Papua-Barat om bij de OSA in te treden. Dat geeft spanningen tussen Papoea en niet-Papoea-augustijnen. Iedereen wordt nog steeds, ongeacht waar hij woont, aangesproken op de plek waar hij vandaan komt. Zo zijn er binnen de augustijnse gemeenschap meningsverschillen over de liturgie die teruggaan op de missiegeschiedenis: Flores en Timor werden al eerder door de Spanjaarden bekeerd (autoriteitsargument) en hebben een meer uitbundige, mediterraan-katholieke stijl dan de eenvoudiger Hollandse (protestantse?) stijl. Het behoud van eenheid binnen de conventen en binnen de gehele augustijnse gemeenschap is een belangrijk punt van aandacht, zeker nu we ons ook in Jakarta hebben gevestigd. We willen geen splitsing van Papoea- en niet-Papoea-augustijnen.  

Augustijnse parochies in Indonesië 
afb: Augustijnse parochies in Indonesië 

Onze toekomst
Via de inbreng van onze spiritualiteit willen we iets toevoegen aan het proces van kerkopbouw in de Papua-bisdommen: het stichten van gemeenschapszin, teamwork, zoveel mogelijk mensen betrekken bij een actieve deelname aan het leven in een parochie, school, internaat, dorpsgemeenschap. Op elkaar, en op de maatschappelijke problemen betrokken blijven. Elkaar uitdagen, elkaar aanspreken.

Ook in het onderwijs willen we de augustijnse spiritualiteit tegenwoordig stellen. Er is gekozen voor het middelbaar onderwijs (met internaten) in Manokwari en een Augustijns Secretariaat voor Gerechtigheid en Vrede in Sorong dat door Bernard Baru geleid wordt. Daarnaast leveren we drie augustijnse docenten aan de interdiocesane Theologische Hogeschool ‘Fajar Timur’ in Abepura, Jayapura waarvan we mede-eigenaar zijn. Hier werken Floridus Nadja, Bernard Baru en Jan Pieter Fatem (part-time). De studie van het werk van en over Augustinus staat nog in de kinderschoenen; toch zijn er – mede dankzij de inspanningen van het Augustijns Instituut – al vele Indonesische vertalingen op de markt verschenen.

De voornaamste reden waarom we nog geen provincie zijn, is het gebrek aan inkomsten. Er moeten middelen van bestaan gevonden worden, omdat we niet afhankelijk kunnen blijven van donaties. Parochies en scholen genereren geen geld. Nu de Nederlandse Provincie OSA het vicariaat Papua heeft overgedragen aan de Filipijnse Provincie, zijn contacten en samenwerking binnen het verband van de APAC (Asian and Pacific Augustinian Conference) van levensbelang. Veel bovengenoemde punten kunnen gedeeld worden met de Aziatische en Australische augustijnse buren.

De leden van het Vicariaat Papua danken de Nederlandse Provincie uit het diepst van hun hart dat ze het levenslicht hebben mogen zien, en zich op vele manieren gesteund weten. Ook de uitnodiging om u via mijn verhaal deel te laten zijn van alle wel en wee van de augustijnen in Papua-Indonesia is daar een bewijs van. Nederlanders blijven ons steunen en dat is een wonder: we krijgen hulp van mensen die niet bij ons in de schuld staan. Daar zijn alle augustijnen in Papua zich zeer van bewust.

Ton Tromp   

 

 

Nieuwsbrief van Ton Tromp, Manokwari december 2018 


Beste Allemaal,


In de maanden december en januari regent het pijpenstelen in de Vogelkop van West-Papoea. Bij de diensten tijdens de Kerstnacht zitten veel mensen buiten het kerkgebouw, dat de toegestroomde menigte niet allen kan herbergen, onder een lekkend tentzeiltje zich in hun beste pak voortdurend te verschuiven om uit de drup te blijven. Dat gerommel en geroezemoes draagt allemaal bij tot die speciale feestelijke sfeer. 

Kleine kerstvakantie: toch naar huis!

Momenteel staat de cour, een grasveld, op het schoolterrein in Maripi, onze middelbare school met drie-jarige onderbouw, blank. De proefwerkweek is achter de rug. Leraren zijn bezig rapportcijfers te berekenen, een enorme klus want er is een nieuw curriculum met weer andere toetsen en punten van aandacht. Character building - en hoe daarin vooruitgang te boeken - wordt kennelijk belangrijker geacht dan stomweg uit je hoofd kunnen rekenen: want daarvoor heb je toch computers en rekenmachientjes. Dus hebben de oudere leerlingen tijd om een best afwateringskanaaltje te graven. Een moddergespetter van je welste, want er is niets zo leuk dan onder de warme zon met water te spatten. Het schoolterrein in Susweni heeft die wateroverlast niet, want is gebouwd op een helling.

Zaterdag 15 december worden de rapporten uitgedeeld, en daarna heeft iedereen vakantie. Op 3 januari wordt eenieder weer op school verwacht, dus je kunt nauwelijks spreken van een 'grote' vakantie. Voor kinderen die van buiten Manokwari komen en met een boot of een terreinwagen naar huis moeten, gaan daar nog een, twee of drie reisdagen vanaf. Dan blijft er nog maar een weekje bij vader en moeder over. Toch zijn de vervoersmogelijkheden de laatste jaren in West-Papoea sterk verbeterd. Beter materieel, frequente verbindingen. Daarom ook zijn de prijzen van het lokaal transport behoorlijk gedaald. Zelfs de vliegtickets gaan weg voor een prikkie.

De meeste internaatskinderen gaan naar huis. Sommigen die echt te ver weg wonen gaan met een vriendje mee. Dat is geen probleem voor de meeste gezinnen, met de kerst een of twee kinderen extra aan tafel en te bed. Een enkeling blijft gewoon op het internaat de feestdagen meemaken.

Giften en gaven uit alle hoeken en gaten:
voor de SMA Villanova in Susweni

De SMA Villanova (bovenbouw middelbaar algemeen vormend onderwijs, senior high school) in Susweni bestaat nu 8,5 jaar, de SMP (onderbouw) in Maripi 3,5 jaar. Scholen met internaten, voor meisjes en jongens! Van niets tot bijna alles! Gebouwd, aangekocht en geleid met giften en gaven uit alle hoeken en gaten, handen en harten, veel geld, heel veel geld. Van de Orde der Augustijnen in Nederland, Australia en Papoea. Van de plaatselijke overheid in West-Papoea. Van de ouders van leerlingen. Maar vooral van u, van jullie, die deze brief lezen.
        De grond (3 hectare in Susweni, 7 hectare in  Maripi) werd deels geschonken, deels aangekocht. De schoolgebouwen in Susweni voorzien in de behoefte: klaslokalen, laboratoria, 'natte ruimtes', kantoren en een lerarenkamer. De internaten bieden ieder ruimte aan 120 jongeren, maar de meisjes zijn nu met 136! De leiding kan het namelijk niet over het hart verkrijgen om biddende en smekende ouders te weigeren. Er is behuizing voor de leidinggevenden: voor de zusters augustinessen (drie vrouw sterk), voor vijf man augustijnen en vier woon-units voor docenten. We hebben een basketbalcourt en een veld voor futsal (zaalvoetbal in de open lucht), een schoolkantine, en een muzieklokaal, een ruimte voor computers, drinkwaterreservoirs. Op het verlanglijstje staat nog steeds een grote aula, waar alle leerlingen onder dak kunnen bij speciale gelegenheden en liturgische vieringen. 

voor de SMP Rita in Maripi

In Maripi zijn nu elf klaslokalen gereed, waaronder ruimtes voor computerles en laboratoria voor natuurkunde en biologie. Daarnaast een lerarenkamer, administratiekantoor en kamers voor de directie. Ook hier een jongensinternaat voor 120 jongens in de leeftijd 12-15 jaar. Een twintigtal jongens schiet boven die leeftijd uit, sommige achtienjarigen zijn flink uit de kluiten gewassen. Aan dat internaat moet nog van alles gebeuren: nu is er alleen een grote slaapzaal, een houten keet om de maaltijden te gebruiken en te studeren, een huis voor de leidinggevende augustijnen en drinkwater-reservoirs. Onlangs is het zusterhuis voltooid. De zusters gaan straks leiding gaan geven aan een meisjesinternaat. Dat internaat moet nog gebouwd worden. De overheid beloofde ons nog vóór 2019 een miljarden (rupiah!)-subsidie, maar we zullen al vanaf januari 2019 huisvesting bieden aan ongeveer 12 meisjes onder leiding van een Papoealerares. 
     In Maripi zijn duizenden trucks aarde, zand en steenslag nodig om de bouwterreinen op te hogen: het terrein is te drassig. Behalve kale muren is er ook een behoorlijke fundering nodig en afwateringsgoten, toegangswegen, septic tanks, waterreservoirs, en inventaris: tafels en stoelen, kasten, stapelbedden, schoolborden, schoolbanken. Alles van ijzerhout en plaatselijk gemaakt, ook de keukenuitzet. Leermiddelen als computers, gratis studieboeken, kaarten, sportartikelen, een bibliotheek, en vooral op de SMA muziekinstrumenten (we hebben een heus fanfare-korps).

Wat eten de leerlingen?

Op de internaten koken de kinderen zelf het ontbijt (de 'koki’s' staan om 04.30 op! Iedereen kan koken). Voor de middag- en avondmaaltijden zijn er dames ('mama dapur' de keukenmama) die het eten verzorgt. Ze koken op houtvuur eenvoudige maaltijden: rijst (altijd rijst!), groenten en een keuze uit vis, een ei, tempeh of tahu (soja), haring-in-tomatenssaus (erg populair in Papoea). Dat alles vaak aangevuld met 'supermie' - instant noodles. De 'mama dapur' zijn vooral geliefd om hun kunsten, om met speciale pittige sambal te komen.
      Vlees is er zelden. Bij feestdagen worden een zelf gefokt varken geslacht. Wel is er regelmatig kip. Slachtkippen zijn vaak goedkoper dan vis; bij heldere maan wordt er weinig vis gevangen en stijgen de prijzen de hemel in. Af en toe, als er een internaatsjongen of -meisje van gegoede ouders jarig is, komen die ouders uitpakken door ieder asramakind een feestmaaltijd aan te bieden met alles er op en er aan (kroepoek!). Meestal drinkt men gewoon water, maar ook wel thee met veel suiker, mierzoet! Bij regenachtig weer willen de jongens wel eens uitbreken om kikkers te vangen. Vervolgens breken ze in in de keuken op zoek naar braadolie en specerijen. Als de anderen al slapen doen de jagers zich tegoed aan gefrituurde kikkerbillen.
       Op school is er een kantine. Vroeger hadden leerlingen nauwelijks een cent om een snack te kopen en werd er alleen water gedronken. Nu zijn er velen niet allen) die over genoeg zakgeld beschikken wat opgaat aan versnaperingen: chips, koekjes, een portie gebakken gele rijst.

Het dagelijks leven in het internaat

Wassen en strijken doet de scholieren zelf, de meesten kunnen dat van huis uit, maar er zijn er ook die gewend waren hun vuile goed achter zich neer te gooien tot moeder het kwam oprapen. Deze jongens hebben in het begin op het internaat een 'hard time'. Sommigen hebben een zeer nette kleerkast, maar er zijn ook massa’s leerlingen die er een zooitje van maken en alles (vuil, ongestreken en schoon) maar bij elkaar proppen. De kapper komt niet aan huis, men gaat ook niet naar een kapsalon. Elk jaar worden er wel een paar nieuwe talenten ontdekt die de knipkunst machtig zijn. Met een schaar, kammetje en scheermesje maken ze allerlei tekeningen op een jongenskop, steken de randjes bij, of krabben iemand kaal als een biljartbal. Na de schoolvakanties komen velen terug met een geverfde kop haar in allerlei kleuren, geel, groen, wit. Ze kennen hun lot en lachend laten ze zich weer kaalknippen. De meisjes willen opvallen door op de rastatoer te gaan met ingenieus vlechtwerk en gekleurde kraaltjes.

Drie kwart van de kinderen (ook de armsten!) heeft een 'HP' (handphone) in allerlei soorten, maten en prijzen. Men wil ze wel eens van elkaar pikken. Door de week worden die HP’s door de internaatsleiding ingenomen, want anders wordt er niet meer gestudeerd (ze zijn alleen maar druk met Facebook en wat niet al), en wordt er niet meer geslapen maar naar muziek geluisterd. In het weekend hebben ze weer de beschikking over hun mobieltje om naar huis te kunnen bellen. Tegenwoordig beschikken bijna alle plaatsen in Papoea, tot in het diepste binnenland toe, over grote zendmasten om de signalen te kunnen opvangen. Je kind kunnen uitrusten met een geavanceerd mobieltje is een flink statussymbool. Ja, ja, thuis nauwelijks te eten, geen school- en internaatsgeld betalen, maar wel een 'HP'. 

De docenten, ongerveer 40 op de SMA, 20 op de SMP, zijn jong en enthousiast, en gemotiveerd om als 'voorloper' (pelopor, plopper) geboekstaafd te worden. Slechts een enkele docent is autochtoon Papoea. Daar hopen we verandering in te brengen door Villanova-abiturienten een studiebeurs aan te bieden op de betere universiteiten op Java. Een Villanovavrouw van de eerste lichting is al lerares (godsdienst) op de SMA.
       Bij de leerlingen schommelt het percentage autochtone Papoea’s rond de 85. Tientallen procenten meer dan op andere scholen. Dat komt vooral door onze internaten die veel leerlingen uit het binnenland aantrekken, waar Papoea’s natuurlijk nog in de meerderheid zijn; in de steden is men al een minderheid op eigen bodem. De SMA telt rond de 350 leerlingen; de SMP iets meer dan 200.

Feest! 

Deze week wordt aan de docenten en andere medewerkers een 13e maand salaris uitbetaald vanwege de feestdagen. Vakantiegeld kent men niet. In sommige kringen (Pinksterkerken) is men begin december al begonnen met kerstvieringen. Ook op overheids- en bedrijfskantoren zijn er oecumenische vieringen, soms doen moslims ook mee. Iedere ethnische groep houdt ook zijn eigen kerstviering: de Tukkers, de Friezen, Batavieren en Kaninefaten. Ja, zelfs iedere grootfamilie: alle Jansens, Smits, de Vriesen, Trompies, enzovoorts van heel Manokwari. En na die diensten is er altijd gezamenlijk (honderden mensen!) eten: veel eten, lekker eten! Dominees en pastores worden bekaf van het Woord te verkondigen. Het schallen van de zangkoren, versterkt door flinke speakers, legt de stad stil. Nu al knallen de zelfgemaakte bommetjes, in de toko gekochte vuurpijlen, gillende keukenmeiden en wat dies meer zij tot laat in de nacht de rust en de boze geesten weg. De Chinees die het monopolie heeft gekocht om in Manokwari vuurwerk te mogen verkopen lacht zich een kriek en hoeft met de verdiensten van deze maand heel 2019 niet meer te werken!

Allen heel hartelijk bedankt voor alle goede zorgen, belangstelling, aandacht en hulp, en, ja, je raadt het,
Selamat Hari Raya Natal en Selamat Tahun Baru 2019!!

Manokwari, 12 december 2018

Ton Tromp   
 

 

 

Nieuwsbrief van Ton Tromp, Manokwari december 2017


Beste Allen
,

Zoals gebruikelijk zijn veel leerlingen van de internaten van onze junior (SMP) en senior (SMA) Villanovascholen al vóór de rapportuitreiking per boot, auto of met de benenwagen huiswaarts gegaan om daar Kerst en de jaarwisseling te vieren.

op 10 oktober 2017 bestond de school in Maripi één jaar, een feestje dus!De SMP-kinderen uit de stad Manokwari komen op 28 december nog even terug op school voor hun lerares handvaardigheid die dan trouwt in het kerkje naast de school. De meeste docenten zijn nog jong en ongehuwd. Veel van hun vrije tijd besteden ze aan allerlei buitenschoolse activiteiten. En de jeugd komt van ver om gratis lekker te kunnen eten, een lied te zingen en een dansje te doen voor de ‘ibu guru’, mama/mevrouw de lerares.
Twee jongens van het internaat in Maripi, gaan misschien verhuizen: terug naar Bintuni. Hun ooms willen per se dat zij in de buurt naar school gaan, zodat ze niet ‘verdwijnen’. Dat wil zeggen: misschien verkering krijgen met iemand die onbekend is bij de familie, zodat de bruidsschat in het duister valt. Onze ouders zouden onze ooms al zien aankomen! 

Zelf ben ik sinds zaterdag weer terug in Maripi na een week in Jakarta voor een medische check-up. De onderzoeken lieten geen onrustbarende feiten zien behalve dan dat mijn longen deels verrookt zijn. Vaker ademhalen dan vroeger, werk afstoten, nauwelijks fysieke inspanning, aanwezig zijn achter de gordijnen.


Onze bouwactiviteiten

De onverharde weg bij de Villanovaschool SMP junior in MaripiVoor de SMA in Susweni kwam de overheid over de brug met subsidies voor een afscheidingsmuur en een laboratoriumlokaal. Op het bouwprogramma staat een overkapping (canopy) tussen twee gebouwen in, zodat alle leerlingen een droog plaatsje kunnen vinden bij de bijeenkomsten. Een echte aula moet nog eens gebouwd worden, wel hebben we 300 extra stoelen aangeschaft zodat leerlingen niet meer met de zware ijzerhouten stoelen uit de klassen hoeven te slepen. Bovendien wordt de toegangsweg vanaf de openbare weg naar ons schoolterrein verhard met een dikke laag gewapend beton. Vanwege regenval is de huidige onverharde weg uitgehold en bijna niet meer begaanbaar voor gemotoriseerd verkeer.

Op de SMP junior high school in Maripi is het nieuwe basketballveld al een tijdje in gebruik. De overheid beloofde ons subsidies om een deel van het te bouwen meisjesinternaat en het zusterhuis te bekostigen, als ook de uitbreiding van het jongensinternaat met een ruime keuken, eetzaal en (het kan niet op!) enkele extra klaslokalen. Als het meisjesinternaat gereed is, loopt het immers storm met met nieuwe aanmeldingen. Eens kijken of al die beloftes in 2018 bewaarheid worden!

We proberen zelf het buwterrein in gereedheid te brengen. Honderden trucks met ‘karang’ (koraal, steenslag, gruis) zijn nodig en een ‘excavator’, een happer. Bevriende zakenmensen willen zo’n happer voor twee weken beschikbaar stellen, zodat wij alleen de bergafgraving voor materiaal en de vrachtritten hoeven te betalen. Nog altijd flink aan de prijs. Toch beginnen we maar, dan kan de opgehoogde grond indikken tot er hopelijk gebouwd gaat worden.  


Werk aan de toekomst!

Wat is eerlijkheid - honesty?  Een poster toont het resultaat In april en mei zijn er de eindexamens. Tot die tijd worden er geen reguliere lessen meer gegeven, alleen maar ‘try-out’: een officiële indonesische term voor drillen en oefenen om het multiple choice examen zo goed mogelijk in te vullen. De discussies over het nut van een nationaal eindexamen blijven maar doorgaan. Het gecorrumpeer met de behaalde resultaten maakt een eerlijke vergelijking van de onderwijskwaliteit in de verschillende provincies van dit immense eilandenrijk vrijwel onmogelijk.

Zelf geschiedenis schrijven, meetellen, het land mee opbouwen: dat kan alleen maar door onderwijs, door het uittesten van je eigen mogelijkheden, door het grijpen van kansen. Zien en willen! Dank zij Uw hulp en aandacht zijn die kansen er voor veel meer kinderen dan een generatie geleden! Dank jullie wel!

Selamat Natal dan Tahun Baru 2018! 
Een zinvol, heel heilig, vredig Kerstfeest en alle goeds voor het Nieuwe Jaar! 


Ton Tromp

 

 

 

Nieuwsbrief van Ton Tromp,  Manokwari zomer 2016 

 

Beste allen,
 


Zeer goede eindexamenresultaten
Leerlingen van de SMP Maripi in hun slaapzaal
Half juni is het schooljaar in Indonesia pas afgelopen, maar de eindexamens zijn al achter de rug. De voormalige derde klassers (grade 12) zijn al op weg door het hele land om zich ergens op een hogeschool of universiteit aan te melden. Grote verschillen tussen school- en staatsexamens. De eindexamens op de SMA (drie-jarige senior high school, leeftijd kinderen 15-20 jaar) zijn dus afgenomen. Het is altijd een ingewikkeld proces. Maanden van te voren worden ‘s middags al bijlessen gegeven om de studenten te drillen in het juist invullen van naam en toenaam op de formulieren, examenopgaven van vorige jaren worden herkauwd, zoals het een beetje over de hele wereld gaat. Er is een schoolexamen en vervolgens een nationaal (computerized) examen. Dat laatste gebruikt de overheid om van alle scholen in Indonesia te kunnen weten hoe hoog of laag men staat op de ladder van het slagingspercentage. Jakarta staat natuurlijk dik bovenaan, maar wat is de standaard van een schooltje diep in een of ander binnenland, of een op afgelegen eilandje, verstoken van electriciteit, met een paar bibliotheekboeken enz. Tot twee jaar geleden bepaalde het nationaal staatsexamen of men slaagde of niet. Hele hordes leerlingen in de periferie zakten dus, soms iedereen op een hele school. Overheidssubsidies werden verleend op basis van de schoolresultaten. Hoe slechter de school hoe minder subsidie. Een school kroop dus nooit uit het dal. 


Maar Indonesiers zijn inventief en weten voor allerlei moeilijkheden wel een oplossing. In dit geval was de oplossing dat je zorgt dat de examen-opgaven ruim van te voren ter plekke zijn, dat je als hoofd van de school vervolgens een ‘commissie’ aanwijst die de verzegelde enveloppes kundig weet open te maken (en later weer dicht), om achter iedere juist antwoord (multiple choice) met potlood een puntje te zetten. De student hoeft maar het puntje op te sporen en over te schrijven. De hele school slaagt voor de volle honderd procent (of negentig, om het niet zo te laten opvallen). Studenten, ouders, het schoolhoofd, het hoofd van de Dienst van Onderwijs, de burgemeester en provinciaal gouverneur dik tevreden en de subsidies lopen als een trein...
      Maar in Jakarta weet men natuurlijk ook dat het doel van die staatsexamens (een objectief instrument om de kwaliteit van de scholen over het hele land te meten) op deze manier een farce is. Daarom is vorig jaar bepaald dat het staatsexamen niet meer bepalend is voor het wel of niet slagen van een student; de school mag het nu zelf zeggen op basis van het schoolexamen en de cijfers over zes semesters. Het resultaat is hetzelfde, bijna overal honderd procent geslaagd. Alleen als je niet op het examen verschijnt, slaag je natuurlijk niet.
     Het is nu aan het vervolgonderwijs om via een toelatingsexamen te bepalen of iemand wel of niet wordt aangenomen. De beteren komen dus op de betere universiteiten, bij de betere bedrijven, anderen weet ik waar, of .... in overheidsdienst. Zakte de eerste drie jaar wel eens iemand op de Villanova, vorig jaar en ook nu is 100 procent geslaagd. Het is aan de universiteit om te bezien hoe de punten verschillen op het school-diploma en het nationaal diploma, want ook al was dat staatsexamen ‘lek’, het kan niet zo zijn dat iedereen voor wiskunde een 9 krijgt, zoals op sommige schoolexamens. Hoe groter het verschil in de puntenlijsten tussen school- en staatsexamen, hoe slechter de school.

 

Eindexamen Villanovaschool 'zeer zuiver'


De nieuwe minister van Onderwijs wil er toch wat aan doen. Zo kregen wij plotseling vorige maand een grote oorkonde die verklaarde dat de Villanovaschool het eindexamen van 2015 ‘zeer zuiver’ had afgenomen, (d.w.z. zonder corruptie, zonder de juiste antwoorden te lekken. In de stad Manokwari en omstreken (17 middelbare scholen, openbaar en bijzonder, algemeen en vak-onderwijs) kregen slechts twee scholen zo’n oorkonde: wij 88 punten, een andere school op het transmigratiegebied een cijfer van 62. De overige stonden dik in het rood! Dit soort erkenning gaat er nu toe doen om ouders te kunnen laten bepalen waar ze hun kinderen het best op school kunnen doen.
     De resultaten logen er ook niet om. Alle 67 leerlingen zijn geslaagd: 42 meisjes en 25 jongens onder wie 48 autochtoon Papoea. De beste leerlingen slaagden met een meer dan een acht gemiddeld voor het staatsexamen, vier leerlingen slaagden met iets minder dan een vier gemiddeld (met een vier slaagde je in het oude systeem). We kunnen ons dus verheugen over het grote aantal meisjes – onderhand moeten we aan een emancipatiebeweging voor jongens gaan denken! – en over het feit dat driekwart van de studenten echte Papoea's zijn.
      Papoea's vormen steeds meer een minderheid op eigen bodem en komen op allerlei gebied moeilijk aan werk, ook al omdat de maatschappij gauw klaar staat met stereotypen als 'dom, vuil, zwart, primitief, good for nothing'.

Het kan beter


Toch is het aantal drop-outs in het middelbaar onderwijs zorgelijk. Drie jaar geleden namen we 134 leerlingen aan in de eerste klas. Van hen slaagden 63 kinderen - die dus de middelbare school zonder haperingen afmaakten. Vier abituriënten verhuisden de laatste jaren naar een andere school. Iets meer dan de helft van het aantal oorspronkelijke leerlingen is dus van school verdwenen: zo maar zonder bericht, of na een officieel verzoek om te verhuizen, of omdat ze bleven zitten. Waarom haakt men af? Omdat men zich moeilijk wil of kan aanpassen aan de discipline? Omdat men niet wil of kan concurreren met iets meer pientere leerlingen? Hoe dan ook, binnen dit systeem begint de ‘natuurlijke selectie’ al vroeg.

Nieuwe Junior High School in Maripi SMP Maripi


De SMP in Maripi (junior high school, grade 7, leeftijd 12-15 jaar) een buitenwijk van Manokwari, waar ik sinds juli 2015 woon, draait naar behoren. Twee volle eerste klassen onder wie 25 (ooit 28) jongens op het internaat. Alles en allen huizen in een paar klaslokalen. Maar zijn wel bezig met de bouw van een tweede vleugel (620 m2) die in juni opgeleverd moet worden: enkele klaslokalen, een computer-ruimte, een lerarenkamer, een plek voor de administratie en een kantoor voor rector en schoolhoofd. Allerlei beloftes van de overheid om flinke subsidies te geven voor een verdere uitbreiding, met name voor de bouw van aparte internaten, zijn nog geen werkelijkheid. We blijven hopen en lobbyen.


Alex
 

Groenten snijden voor de maaltijd op school in Maripi O ja, onze Alex (zie mijn vorige brief) heeft het toch laten afweten. Geen houen aan. Op een gegeven moment was hij vertrokken, weggelopen. En vonden we hem ‘ergens’ 30 km verderop. We brachten hem terug naar school, weer onder de pannen. Maar de volgende dag was hij weer foetsie. En toen nog een keer. Stampei, brullen, tieren. Zijn opa kwam helemaal uit Jayapura om hem tot bedaren te brengen, maar dat bleek alleen maar te lukken omdat opa hem mee terug nam naar Jayapura, waar hij nu hopelijk toch school gaat.





Met oprechte dank voor al Uw hulp, en hartelijke groeten,

 Ton Tromp   
 



 

Nieuwsbrief van Ton Tromp,  voorjaar 2016 
 

Leve de lef, een nieuwe school in Maripi

 

 

Beste allen,
 

Asrama Mahasiswa Katolik Villanova Het is nu zes jaar geleden dat wij (de augustijnen in Papoea en jullie als de brandstof in de motor) begonnen geld in te zamelen voor de bouw van de Villanova SMA (Sekolah Menengah Atas) een Senior High School ofwel de driejarige bovenbouw middelbare school, in Susweni, aan de rand van de stad Manokwari, Papua Barat. Inmiddels staat er een heel complex gebouwen op drie hectare grond: klaslokalen en laboratoria, kantoren en een lerarenkamer, een muziekschool en een kantine, twee grote internaten voor jongens en meisjes ieder plaats biedend aan 100 kinderen, woonruimte voor leraren en leiding van de internaten (augustijnen en augustinessen 'van Ketapang' (vroeger 'van Heemstede').

We zijn nu de vierde lichting (75 leerlingen) aan het voorbereiden voor het staatseindexamen in april/mei 2016. De vorige drie jaren zijn al ongeveer 150 jongeren geslaagd. Die studeren nu op een universiteit of hogeschool in Manokwari of waar dan ook in Indonesia, of werken.  Meer dan 30 docenten, administratieve en andere medewerkers zijn betrokken bij onze Villanova SMA en vinden er werk.

Villanova SMA staat inmiddels op de onderwijskaart van West-Papua. Onze school wordt gezocht vanwege de bovengemiddelde kwaliteit van het onderwijs (volgens Papuastandaard; we kunnen niet tippen aan het onderwijsniveau op bijv. Java en Sumatra), de goede sfeer, de extra faciliteiten zoals het kolintangorkest (met bamboe-instrumenten), de fanfare en vooral vanwege de internaten. Tweederde van de leerlingen is hier intern want Villanova geeft ruimte aan autochtone Papoea studenten, die 70 % van het aantal leerlingen uitmaken. Op de twee andere openbare scholen in Manokwari zijn ze een minderheid; en dat op eigen bodem! Het docentencorps is jong en enthousiast, trots dat ze aan de wieg staan van iets nieuws van naam.



Schoolgeld en pleegouders
 

RupiahDe overheid steunt de school in die zin dat we bij activiteiten als workshops en seminars van de Dienst van Onderwijs worden uitgenodigd. Ook is er subsidie voor leermiddelen en een klein beetje in de vorm van schoolgeld voor kansarme studenten. De ouders betalen gemiddeld Rupiah 100.000 per maand aan schoolgeld (iets meer dan 6 euro) en Rp 450.000 per maand (tegenwoordig 30 euro) voor internaatsgeld. In theorie, want sommigen betalen trouw, anderen beloven te betalen maar betalen veel te laat of helemaal niet, weer anderen zeggen inderdaad niets te kunnen betalen (gelogen of niet).

Hoe dan ook, allemaal geen reden om iemand van school te verwijderen. Dat gebeurt wel als je bijv. dronken op school of internaat komt, aan de drugs snoept, of een mes trekt. Al met al kunnen we de exploitatie van de internaten kloppend krijgen. Maar bij de exploitatie van de school moet er iedere maand dik geld bij (uw donaties)! Dat kan in de toekomst veranderen als de overheid enkele (of alle?) docenten een vaste aanstelling en dus een overheidssalaris gaat aanbieden zoals op vele niet-staatsscholen het geval is. Tot nu is slechts een van onze docenten als ambtenaar aangesteld. Want de grootste uitgavepost die er stevig inhakt zijn de salarissen! Als je die salarissenpost omslaat over het aantal leerlingen (bijna 300) zou het schoolgeld aanzienlijk verhoogd moeten worden, wel tot Rp 500.000 per maand. Onmogelijk! Dus zijn er 'pleeg-ouders' nodig die de kloof dichten met een bijdragen van Rp 400.000 per maand. 

En dan heb ik het nog niet gehad over eventuele nieuwbouw of uitbreiding. De Villanova SMA heeft nog geen reserves kunnen opbouwen om dit soort projecten te kunnen bekostigen en is dus in deze geheel afhankelijk van overheidssubsidie.  Al jaren staat de bouw van een aula gepland, maar ook twee extra klaslokalen waardoor de carrévorm gesloten wordt. De overheid zal onze aanvragen wel eens een keer honoreren. Er zijn juist verkieizngen voor een nieuwe burgemeester van Manokwari geweest. Wie weet wil de nieuwe man zich in de schijnwerpers plaatsen door straks met een flinke subsidie over de brug te komen .....

rechts: Paulus (Jaap) Ulipi met Frans JonkergouwDe school doet het laatste jaar ook aan verjonging. De heer Henk Orisu (1946) is als schoolhoofd vorig jaar opgevolgd door de augustijn Paulus Ulipi (in de volksmond ‘Jaap’ genoemd), de augustijn Martin Werang past op de centjes. Ikzelf (1945) ben in naam nog rector (beleidscoordinator, vooral tussen school en internaten), maar verstop me meer en meer achter de gordijnen.

afb.: Frans Jonkergouw en Jaap Ulipi (Utrecht 2014) 

 

 

 

Leve de lef – een nieuwe school

Bovenstaande feiten heeft de scholenstichting die door de Papoea-augustijnen beheerd wordt, aangegrepen om (jawel! Leve de lef) een nieuwe school te beginnen in Maripi, op 30 kilometer afstand van Susweni. Nu een SMP (Sekolah Menengah Pertama), de driejarige onderbouw van de middelbare school, klassen 7 t/m 9.

Een lap grond van maar liefst 7 hectare werd aangekocht c.q. geschonken. Er is een master-plan voor een school- en internaatscomplex in de trant van de Villanova SMA in Susweni. Voorlopig werden er acht klaslokalen gebouwd: twee worden dit jaar gebruikt als klaslokaal, een als computerklas, een als lerarenkamer annex administratieruimte, een klas als slaapzaal voor de 27 internaatsjongens, een als eetzaal resp. studie- en recreatiezaal, een als opslagplaats en slaapplaats voor de internaatleider (de augustijn Giovanni Namsa), en een  (zeer ruime: 8 x 9 m) als slaap- en werkkamer voor ondergetekende.
      De overheid en de leden van de provinciale en gemeentelijke volksvertegenwoordiging hebben van alle kanten beloofd ons in gedachten te zullen houden als de subsidiepot verdeeld wordt. Wie weet zitten er straks dus een extra aantal klaslokalen in of aparte behuizing voor het jongensinternaat. De huidige lokalen en de inventaris werden opgehoest door de augustijnen in Papoea waardoor die nu ook de bodem van hun schatkist kunnen zien…

 

Lesgeven in Maripi: kinderen kunnen nauwelijks schrijven


Ik ben dus verhuisd naar Maripi. Twee dagen in de week ben ik nog op de Villanova SMA in Susweni om daar nog acht uuur les te geven aan de eerste klassers zodat ik hen leer kennen, de overige dagen in Maripi. We begonnen in juli met 50 kinderen, onder wie zeven meisjes. Drie zijn er in dit eerste half jaar weer vertrokken. 27 leerlingen wonen dus op het internaat, de overigen zijn extern. Op vier na zijn alle leerlingen autochtoon Papua. Zelf geef ik tegen de 20 lesuren per week: Engels en – extra-curriculair – rekenen. Het curriculum schrijft 'matematika' voor maar dat blijkt voor de meesten te hoog gegrepen.

      De meest schokkende ontdekking van dit nieuwe leerjaar is dat 15 van de 47 leerlingen die nota bene zijn geslaagd voor het staats-examen (!) niet of nauwelijks kunnen lezen, schrijven en rekenen. Echt waar, ze kunnen niet tot tien tellen, bij het schrijven draaien ze de b en d om, hun eigen naam schrijven duurt vijf minuten, ze hebben nooit gehoord van breuken en procenten en ga zo maar door. De openbare lagere school waar deze kinderen vandaan komen staat hier aan de overkant. Gesprekken tussen ons en de leerkrachten daar doen hun de handen rijzen in onmacht: "We laten de kinderen maar overgaan, anders komen hun ouders stampij maken". Ook de onderwijs-inspectie doet het voorkomen alsof ze niet zelf mede-schuldig zijn aan deze situatie, die vooral de autochtone Papua-bevolking 'ten goede' komt.

bijles            We hebben de betreffende ouders erbij gehaald en de situatie uitgelegd. Sommigen wisten van niets want ze zijn vaak zelf analfabeet en kijken dus nooit het huiswerk van hun kinderen na. We hebben gezegd dat we de 3-jarige SMP voor sommige kinderen omzetten in een 4-jarige, aangevuld met een voorbereidend jaar waarin we ons concentreren op individueel onderwijs in lezen, schrijven en rekenen. Continu bijles. Ik heb me gelukkig mogen prijzen doordat twee uitstekende onderwijzeressen bereid zijn gevonden deze kinderen les te geven. "Ga ik dan straks wel over?" vraagt een enkel kind. "Jazeker", is het antwoord, "van klas 0 naar klas 1". Geen enkele ouder maakte herrie, op een na, die zijn zoontje naar een andere school liet gaan waar hij rustig ieder jaar overgaat zonder te kunnen lezen; waar men dus gaat voor een diploma en niet voor kennis. De overige 32 kunnen uitstekend meedraaien, halen goede cijfers en blijken nu al verantwoordelijkheid te kunnen dragen op het internaat, zijn creatief en leergierig.

Hulppastor

Kerk in MaripiAls hulpje van de pastoor van de Immanuelparochie in Manokwari ben ik nu tevens pastor in de drie kerken in de 'buitenstaties': in de zich snel uitbreidende dorpen Sowi, Arfai en Maripi. Iedere zondag komen daar in ieder kerkje zo’n 100 mensen tesamen. Maar men komt ook naar het dichtstbijzijnde adres (in Maripi dus) voor dopen, trouwen en rouwen. De mensen zijn actief betrokken; ik ben blij dat ik hen mag helpen, want dat doet me niet alleen maar 'lesboer' zijn. Doordat er voortdurend een beroep op je gedaan wordt, blijf bij de les van het dagelijks leven. Daarin gaat het voor deze dorpelingen vooral om hoe je aan je kostje komt, hoe je toch maar gezond weet te blijven of weer beter wordt en hoe je de onderlinge ruzies en schermutselingen moet zien uit te bannen. 

 

 

Ik stel jullie voor aan Alex


Ten slotte, om te beseffen dat alle bovengenoemde wetenswaardigheden over klaslokalen, centen, onderwijsinspectie, over kinderen van vlees en bloed gaan, stel ik jullie voor aan Alex A.

Alex is een jochie van 12 jaar oud, afkomstig uit het dorp Wambes, 50 kilometer in het achterland van Jayapura (1000 kilometer ten oosten van Manokwari). Hoe komt hij dan in godsnaam in Manokwari terecht? Via een pastor, afkomstig uit Manokwari, die in die streken werkt en Alex’ moeder erop attent maakte dat Villanova dit jaar ook  een junior high school opende. Bovendien komt Alex’ grootvader van vaders kant oorspronkelijk uit het Arfakgebied bij Manokwari.

Op het eerste gezicht is Alex een geestige, opgeruimde, energieke jongen. Bij nader inzien (eigenlijk al kort nadat hij door zijn moeder op het internaat was 'afgeleverd') blijkt Alex  bijna alles fout te doen: hij kan totaal niet lezen en rekenen, schrijft letters maar geen woorden, zodat zijn epistels op Kroatisch lijken of zo iets. Hij is enorm agressief, tegen het gewelddadige aan, maakt met iedereen ruzie, is handtastelijk, steelt, loopt als het even kan met een mes of een stuk betonijzer in zijn hand (je kunt nooit weten waar het goed voor is), is gespeend van iedere discipline, doet dus waar hij zin in heeft. En wee je gebeente als je er wat van zegt, dan gaat hij schelden en tieren en zet alle vieze Indonesische worden op een rij. Dat heeft hij dan nog wel in Wambes geleerd.

Het makkelijkst zou zijn Alex per omgaande retour te sturen naar zijn moeder, dan zijn wij van alle narigheid af. Maar in het achterland van Jayapura, overigens ook in Manokwari, zijn geen kinderpsychologen en psychiaters, geen maatschappelijke werkers of jongerenwerkers. 'Alles' komt bij de pastoor. En in Wambes is de pastoor op 50 km afstand te vinden, in Maripi staat hij bij Alex op de stoep, zit ie op zijn nek (soms, om hem tot bedaren te brengen). Hoe is Alex nu Alex kunnen worden? Beetje bij beetje kom je dan te weten dat Alex een 'voorkind' is van een later wel vier keer getrouwde en gescheiden vrouw die van Alex beviel toen ze 16 jaar oud was. Alex is al zijn levensjaren gepingpongd tussen zijn moeder (met weer een andere man, die altijd veel centen meenam, ook voor Alex die alles kon krijgen waar hij maar om schreeuwde) en zijn opa en oma in een naburig dorp. Hij hoorde nooit ergens bij, hoorde nooit bij iemand... ja, bij zijn moeders zoethoudertjes.

Nu moet Alex wennen aan zijn  nieuwe familie, aan vriendjes op een internaat die om hem geven, aan meisjes die er tot nu toe alleen maar waren om te pesten, aan ouderen die proberen hem zijn verhaal te laten vertellen....  Alex zal het wel redden, na een tijdje.... als hij gaat ervaren dat hij niet minder of meer is dan een ander en gaat merken dat zijn enthousiasme en creativiteit gewaardeerd wordt, als hij zichzelf leert kennen, en zijn ouders weet te vergeven.


Jullie zien, een school leiden is niet alleen maar bouwen, centen zoeken, droge lessen geven, docenten op een lijn krijgen, leerlingen de pan uitvegen. En toch ... zal ik dit nog lang blijven doen? Als je 70 bent, kun je bijna niet meer tegen het leven aan. En dan bedoel ik  'leven' met herrie trappen; goh, wat kunnen kinderen van 12 tot 15 jaar toch de hele dag (en soms de nacht) door een leven maken. Het bruist, en rent en springt, en kwekt, jankt en schreeuwt. Nooit rust in de tent. Sommigen zeggen dat ik me gelukkig mag prijzen, dat zoveel jeugdige jeugd om je heen me jong houdt. Zou het zijn?

Met veel dank voor jullie trouwe en zeer gewaardeerde hulp, met hartelijke groeten,

 Ton Tromp   
 

zie ook de pagina Manokwari  

Als u wilt bijdragen aan de Villanovaschool: 

IBAN: NL 87 INGB 0000 86 65 07
BIC: INGBNL 2A
t.n.v. Missiebureau Augustijnen
o.v.v. augustijnse scholen Papua-Barat
Het missiebureau kent een ANBI-status  

De augustijnse scholen in Papoea worden tevens gesponsord door de het Augustinianum in Eindhoven en Stichting Augustinianum Sorong
website www.sas-papua.nl 

Foto's:  Ton Tromp