Home

23 maart  Bezitten: In bezit genomen worden




Hippo, twee of drie weken vóór Pasen vóór het jaar 410

"Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam". Dat is het einde van de geloofsbelijdenis, maar het einde zonder einde zal het verrijzenis van het lichaam zelf zijn; daarna zal helemaal geen dood van het lichaam meer zijn, geen enkele pijn van het lichaam, geen enkele benauwheid van het lichaam, geen enkele honger of dorst van het lichaam, geen enkele smart van het lichaam, geen enkele ouderdom en vermoeidheid van het lichaam. Vrees dus niet voor de verrijzenis van het lichaam: let op de goede zijde van het lichaam, en vergeet de kwade zijde ervan. Welke verder de lichaamsklachten nu ook zijn, die zullen er dan niet meer zijn: eeuwig zullen wij leven "als engelen Gods", één stad zullen wij vormen met de heilige engelen. Door de Heer zullen wij in bezit worden genomen; zijn erfgoed zullen wij zijn en Hij zal óns erfgoed zijn. Wij zullen dus bezitten en in bezit worden genomen; wij zullen God behouden en dat zal ons behoud zijn. Wat zal ik zeggen? Wij eren en wij worden in ere gehouden; wij eren Hem immers als God en wij worden onderhouden als een akker. Wilt gij weten hoe wij worden onderhouden, luistert dan naar de Heer: "Ik ben de ware wijnstok, gij zijt de ranken, mijn Vader is de wijngaardenier". Als Hij wijngaardenier wordt genoemd, onderhoudt Hij ook een akker. Welke akker? Hij onderhoudt ons. Nu kan een landbouwer van deze zichtbare aarde ploegen, hij kan spitten, hij kan planten, en wanneer hij water bij de hand heeft, kan hij besproeien; kan hij het soms ook laten regenen? Kan hij wasdom schenken, de vruchtzetting op gang brengen, de wortels de grond laten inschieten, de stam laten oprijzen, het weerstandsvermogen der takken vergroten, deze met een vracht van vruchten overladen en ze met een pracht van bladertooi versieren? Kan een landbouwer dat soms? Toch kan onze landbouwer, God de Vader, dit alles in ons verwezenlijken. Waarom? Omdat wij geloven in God, de almachtige Vader. Onthoudt dus én wat wij u in het vooruitzicht hebben gesteld, én wat wij u, zoals God het ons heeft willen ingeven, hebben uiteengezet.