Home

2 juli  Martelaar zijn




Op een feestdag van martelaren, misschien Sixtus II, 6 augustus

Alle goede christenen maar vooral de roemrijke martelaren kunnen zeggen: "Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?" De wereld raasde tegen hen, "de naties gingen zinloos te keer, de vorsten spanden samen"; nieuwe folteringen werden uitgedacht, en een vindingrijke wreedheid bedacht ongelooflijke lijfstraffen. De martelaren werden overstelpt met beschimpingen, vals beschuldigd van misdaden, opgesloten in ongure gevangenissen, doorploegd met puntige haken, omgebracht door het zwaard, geworpen voor de wilde dieren, verteerd door het vuur, en Christus' bloedgetuigen bleven roepen: "Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?" De hele wereld is tegen u, en gij zegt: "Wie zal tegen ons zijn?" De martelaren geven u ten antwoord: Wie is dan die hele wereld, als wij sterven voor Hem door wie de wereld gemaakt is? Laten zij het zeggen en nog eens zeggen; laten wij luisteren en samen met hen zeggen: "Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?" Razen kunnen zij tegen ons, honen kunnen zij ons, belasteren kunnen zij ons, vals beschuldigen kunnen zij ons, tenslotte kunnen zij ons lichaam niet alleen ter dood brengen maar het ook nog verminken; en wat zullen zij nog meer doen? "Zie, God is mijn Helper; het is de Heer, die mijn leven behoudt". Zeg mij nu, gezegende martelaar; uw lichaam wordt verminkt en gij zegt: Niets kan mij deren? Ja, dat zeg ik. Waarom? Zeg ons waarom. Omdat "het God is die mijn leven behoudt". Mijn lichaam wordt weer in goede staat gebracht door mijn ziel. Geen haar van mijn hoofd valt, en zou mijn hoofd dan vallen? Geen enkel haar valt. Toch kan uw lichaam door honden worden verscheurd. Wat zou dat dan? Laat mijn lichaam door honden verscheurd worden, de Heer wekt het wel ten leven. De wereld brengt het lichaam de dood toe, maar het is "de Heer die mijn leven behoudt". Wat kan mij schaden, als de wereld mijn lichaam de dood toebrengt, terwijl God mijn leven behoudt? Wat heb ik werkelijk verloren? Wat ben ik kwijt geraakt? Wanneer de Heer mijn leven behoudt en mijn lichaam herstelt. Zal ik dan bang zijn voor het verlies van mijn ledematen, als ik de zekerheid heb gekregen over het aantal van mijn haren? Laten wij dus zeggen, ja, zeggen wij het met geloof, zeggen wij het met vertrouwen, zeggen wij het met de vurigste liefde: "Indien God voor ons is wie zal dan tegen ons zijn?"