Home

26 september  Een voorkomende God




Het jaar 414

God voorkomt u in zijn barmhartigheid: om te "zijn" en te "voelen", om te "luisteren" en "in te stemmen". Hij voorkomt u in alles: voorkom ook gij tenminste in iets zijn toorn. Waarin, zegt gij, waarin? Wel, belijd openlijk dat gij van God hebt al dat goede wat gij hebt, en van uzelf al het kwade. Wacht u ervoor om God te minachten en uzelf hoog te achten bij het zien van het goede dat in u is; wacht u ervoor om God te beschuldigen en uzelf te verontschuldigen, bij het zien van het kwaad dat in u is: dat is een ware belijdenis. Hij die ten opzichte van u in zoveel goeds voorkomend is geweest zal naar u toekomen, om onderzoek te doen naar zijn gaven en naar úw wandaden; Hij ziet nauwlettend toe, hoe gij van zijn goed gebruik hebt gemaakt. Omdat Hij dus ten opzichte van u in al die gaven voorkomend is geweest, moet gij zien waarin gij ten opzichte van Hem voorkomend kunt zijn als Hij komt; luister daarom naar de psalm: "Laten wij voor zijn aangezicht treden met onze lofzang". "Laten wij voor zijn aangezicht treden": stemmen wij Hem gunstig voordat Hij komt; stemmen wij Hem genadig voordat Hij er is. Gij hebt toch een Hogepriester door wie gij uw God genadig kunt stemmen; Hij is immers samen met de Vader voor u God in persoon, Dezelfde, die mens is ter wille van u. Zo zult gij jubelen in psalmen terwijl gij voor zijn aangezicht treedt met uw lofzang. Jubel in psalmen; beschuldig uzelf terwijl gij voor zijn aangezicht treedt met uw lofzang; jubel in psalmen, loof Hem. Als gij werk maakt van uw beschuldiging en als gij Degene looft die u heeft geschapen, zal Hij komen, die voor u is gestorven, en Hij zal u het leven schenken.