Home

9 december  Advent: Toon ons uw barmhartigheid

Een veel belovende God




En.Ps.84,9

"Toon ons uw barmhartigheid, Heer, en schenk ons uw heil". "Uw heil", dat is uw Christus. Gelukkig de mens aan wie God zijn barmhartigheid toont, want de mens die beseft dat God hem zijn barmhartigheid toont, kan niet meer hoogmoedig zijn. Want door iemand zijn barmhartigheid te tonen, overtuigt God hem dat alle goeds wat een mens ook heeft, hij alleen kan hebben van Hem die al ons goed is. Als iemand dan inziet dat hij al wat hij heeft niet uit zichzelf heeft, maar van zijn God, dan ziet hij ook in dat al wat in hem lofwaardig is, te danken is aan Gods barmhartigheid en niet aan eigen verdiensten; en als hij dát inziet, is hij niet hoogmoedig; en is hij niet hoogmoedig, dan valt hij niet; en valt hij niet, dan is hij standvastig; en is hij standvastig, dan hecht hij zich aan God; en is hij aan God gehecht, dan blijft hij in Hem; en blijft hij in God, dan geniet hij van Hem en kan hij zijn levensvreugde vinden in de Heer, zijn God. Hij, die hem heeft geschapen, zal ook zijn genot zijn, en dat genot kan niemand bederven, niemand verstoren, niemand hem ontnemen. Welke machthebber zal u dreigen Hem te ontnemen? Welke jaloerse buurman, welke dief, welke belager kan u uw God ontnemen? Al kan hij u alles ontnemen wat gij naar het lichaam bezit, hij ontneemt u niet Degene die gij in uw hart bezit. Zelf is Hij de barmhartigheid die God ons moge tonen: "Toon ons, Heer, uw barmhartigheid en schenk ons uw heil": schenk ons uw Christus; in Hem immers is uw barmhartigheid aanwezig. Laten ook wij tot God zeggen: Geef ons uw Christus. Wel heeft Hij ons zijn Christus reeds gegeven; maar laten wij toch tot God zeggen: Geef ons uw Christus; wij zeggen immers ook tot Hem: "Geef ons heden ons dagelijks brood". Wie is dan ons dagelijks brood, tenzij Hij, die heeft gezegd: "Ik ben het levend brood, dat uit de hemel is neergedaald". Laten wij tot Hem zeggen: "Geef ons uw Christus".