Home

15 oktober  Met Christus op de goede weg




"Als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik ben. Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend". Hierop zei Tomas tot Hem: "Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen?" Van beide had de Heer gezegd dat zij het wisten, van beide zegt Tomas dat hij het niet weet, noch de plaats waar de Heer heengaat, noch de weg waarlangs Hij gaat. Christus echter kan niet liegen dus wisten zij het wel, en zij wisten niet dat zij het wisten. Laat Hij hen dan overtuigen dat zij al weten wat zij denken tot dan toe niet te weten. "Jezus antwoordde hem: Ik ben de weg, de waarheid en het leven." Wat betekent dat nu? Wij hebben de leerling horen ondervragen, wij hebben ook de Leraar horen onderwijzen; en nog begrijpen wij, ook na het overduidelijk gezegde de inhoud niet die er achter schuilgaat. Wat kunnen wij dan niet begrijpen? Konden zijn apostelen met wie Hij sprak, Hem soms zeggen: Wij kennen U niet? Dus, als zij Hem kenden en Hij de weg is, dan kenden zij de weg; als zij Hem kenden en Hij de waarheid is, dan kenden zij de waarheid; als zij Hem kenden en Hij het leven is, dan kenden zij het leven. Zo werden zij ervan overtuigd datgene te weten, waarvan zij niet wisten dat zij het wisten.