Home

18 juli  Het grote gastmaal




Carthago, basiliek Restituta tussen 412-420

In het evangelie worden wij uitgenodigd voor een maaltijd: ja, anderen worden uitgenodigd, wij worden niet uitgenodigd, maar er naar toe geleid; en niet alleen er naar toe geleid maar zelfs gedwongen. Zo hebben wij het gehoord: "Zéker iemand gaf een groot maal". Wie is die "iemand" anders, dan de "middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus"? Hij zond boden naar de genodigden om te komen, omdat het uur reeds gekomen was om te komen. Kunnen die genodigden anderen zijn dan zij die geroepen waren door de profeten, door Hemzelf vooruit gezonden? Wanneer hadden zij hen dan uitgenodigd? Sinds lang, vanaf de tijd dat de profeten worden gezonden, hebben dezen niet opgehouden om hen voor het feestmaal van Christus uit te nodigen. Zij worden dus gezonden naar het volk van Israël. Dikwijls zijn ze gezonden, dikwijls hebben zij geroepen om op het uur van het feestmaal te komen. De genodigden hebben echter degenen die hen uitnodigden wel ontvangen, maar het feestmaal afgewezen. Wat betekent dit: zij hebben die hen uitnodigden ontvangen, maar zij hebben het feestmaal afgewezen? Zij hebben de profeten gelezen, en zij hebben Christus gedood. Door Hem ter dood te brengen, hebben zij voor ons, zonder het te weten, een feestmaal bereid. Toen het feestmaal al gereed was, toen Christus ten offer was gebracht, toen, na Christus' verrijzenis, de maaltijd des Heren, zoals de gelovigen weten, was ingesteld en met zijn handen en woorden was bekrachtigd, toen zijn de apostelen gezonden tot hen, tot wie tevoren de profeten waren gezonden. Komt naar het feestmaal. De genodigden die niet wilden komen, hebben zich verontschuldigd. Hoe hebben zij zich verontschuldigd? Zij hadden drie verontschuldigingen: "De een zei: Ik heb een akker gekocht en ik ga die bekijken; wil mij wel verontschuldigen. Een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en moet ze gaan proberen; ik verzoek u mij wel te willen verontschuldigen. Een derde zei: Ik ben zo pas getrouwd, wil mij wel verontschuldigen; Ik kan niet komen". Zijn dat soms niet de verontschuldigingen waardoor allen worden weerhouden, die weigeren naar het feestmaal te komen? Laten wij ze onderzoeken, laten wij ze peilen, laten wij ze ontdekken; maar: om ze te vermijden. Na het maal eigenhandig te hebben gezegend, gaf de Heer ervan aan de leerlingen; wij lagen wel niet aan het feestmaal aan, en toch eten wij dagelijks in geloof van dat maal. Denkt ook niet dat het iets bijzonders was voor iemand, als hij zonder geloof aanlag aan dat maal, waarvan de Heer eigenhandig uitdeelde: van meer waarde was het geloof van latere tijd, dan de trouweloosheid van toentertijd. Paulus is er niet bij geweest en hij heeft geloofd: Judas is erbij geweest en hij heeft verraad gepleegd. Hoevelen eten ook vandaag nog bij dat feestmaal, hoewel zij die tafel van toen, noch het brood dat de Heer in zijn handen nam, met eigen ogen hebben gezien of met hun mond geproefd; en toch: hoevelen eten en drinken ook nu tijdens datzelfde feestmaal dat nu wordt gereedgemaakt, hun eigen vonnis?