Home

21 maart  Geloofsbelijdenis: Ik geloof in de enige Zoon




Hippo, twee of drie weken voor Pasen vóór het jaar 410

"Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond" Wat betekent: "onder ons"? Onder de mensen is Hij één onder het getal van de mensen geworden: één en enig, de "Enige" van de Vader. Wat is Hij dan voor ons? Ook voor ons is Hij de enige Zaligmaker, want niemand buiten Hem is onze Zaligmaker; ook voor ons is Hij de enige Verlosser, want niemand buiten Hem is onze Verlosser: niet door goud of zilver, maar door zijn eigen bloed heeft Hij ons verlost. Het vervolg zegt: "Hij is gekruisigd onder Pontius Pilatus en is begraven." Wat nu? Is de enige Zoon van God, onze Heer, gekruisigd? Is de enige Zoon van God, onze Heer, begraven? De mens is gekruisigd: maar God is niet veranderd, God is niet gedood; en toch is God gedood als mens: "als immers de machthebbers van deze wereld ervan geweten hadden", zegt de apostel, "zouden zij de Heer der heerlijkheid nooit gekruisigd hebben". Hij wijst hier op de Heer der heerlijkheid en belijdt dat Hij gekruisigd is. Christus de Heer is gekruisigd. Hij is de Heer, Hij is de enige Zoon van de Vader, Hij is onze Verlosser, Hij is de Heer der heerlijkheid; en toch is Hij gekruisigd, maar, als mens, en is Hij begraven, enkel als mens, en toch belijdt gij: "Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer, die geboren is uit de heilige Geest en de maagd Maria". Wie? Jezus Christus, de enige Zoon van God, onze Heer. "Hij is gekruisigd onder Pontius Pilatus". Wie? Jezus Christus, de enige Zoon van God, onze Heer. "En Hij is begraven". Wie? Jezus Christus, de enige Zoon van God, onze Heer. Alleen de mens ligt daar, en gij zegt: onze Heer? Ik zeg het, ja zeker zeg ik het: want ik zie het kleed en aanbid Hem die het draagt. Die mensheid was zijn kleed: want "Hij die bestond in goddelijke Majesteit, heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God, maar heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen", zonder het bestaan van God te verliezen; "Hij is aan de mensen gelijk geworden en als mens verschenen". Laten wij toch die mens, als mens, niet geringschatten; want toen Hij daar lag, heeft Hij ons vrijgekocht. Waarom heeft Hij ons vrijgekocht? omdat Hij niet is blijven liggen; "de derde dag" toch "is Hij verrezen uit de doden".