Home

19 april  De paasnacht van Christus




Hippo, vigilie van Pasen

Wij weten, en met volle geloofsovertuiging houden wij vast dat Christus eenmaal voor ons is gestorven: de Rechtvaardige voor de zondaren, de Heer voor de dienaren, de Vrije voor de gevangenen, de Geneesheer voor de zieken, de Gelukkige voor de ongelukkigen, de Rijke voor de armen, de Zoeker voor de verlorenen, de Verlosser voor de slaven, de Herder voor de kudde, en het allerwonderlijkste: de Schepper voor het schepsel; maar toch zo, dat Hij alles behoudt wat Hij altijd is, en alles prijsgeeft wat Hij geworden is; onzichtbaar blijvend als God, zichtbaar verschijnend als mens; levendmakend door zijn kracht, stervend door zijn zwakheid; onveranderlijk als God, gevoelig als mens zoals de apostel het uitdrukt: "Hij die is overgeleverd om onze misslagen en opgewekt om onze rechtvaardiging". Gij weet heel goed dat dit zich éénmaal heeft voorgedaan. Toch brengt de plechtigheid na verloop van tijd ons een feit, dat in werkelijkheid volgens zoveel getuigenissen van de Schrift slechts éénmaal is voorgevallen, voor de geest, alsof het vaker plaats vindt. Toch is er geen tegenstelling tussen de werkelijkheid en de jaarlijkse plechtigheid: zodat de laatste géén werkelijkheid en de eerste wél werkelijkheid zou zijn. De werkelijkheid toont het feit, zoals het heeft plaats gevonden; de jaarlijkse plechtigheid echter staat toe, niet door het feit te herhalen maar door het te vieren, dat zelfs wat voorbij is niet voorbij mag gaan. Zo is dus "ons Paaslam, Christus zelf, geslacht". Hij toch is éénmaal ter dood gebracht, en "Hij sterft niet meer; de dood heeft geen macht meer over Hem". Ziedaar, waarom wij in waarheid zeggen, dat het paasoffer eenmaal is voltrokken en dat het als zodanig nooit meer plaats zal hebben; intussen spreken wij van de viering van een jaarlijks terugkerend paasfeest. Deze viering heeft die nacht in de hele wereld beroemd gemaakt. Dat bewijst wel de toeloop van de christenen.