Home

29 mei  Verheerlijking van de Zoon




Het is een onloochenbaar feit en geen enkel christen twijfelt er aan dat de Vader de Zoon, in zijn bestaan van een slaaf, uit de dood heeft doen opstaan en Hem heeft geplaatst aan zijn rechterhand. Christus vroeg echter niet alleen: "Vader, verheerlijk uw Zoon" maar Hij voegde er ook aan toe: "opdat uw Zoon U verheerlijke". Terecht vraagt men zich hierom af, hoe de Zoon de Vader heeft verheerlijkt, daar toch de eeuwige heerlijkheid van de Vader door een mensengedaante niet werd verminderd, en in haar goddelijke volmaaktheid ook niet kon toenemen. Omdat dank zij het evangelie van Christus, de Vader door de Zoon bij de volken bekend werd, heeft ook de Zoon de Vader zeker verheerlijkt. Was de Zoon alleen gestorven en niet verrezen, dan zou Hij ongetwijfeld niet door de Vader zijn verheerlijkt, en zou Hij de Vader niet hebben verheerlijkt; nu echter wordt Hij in zijn verrijzenis door de Vader verheerlijkt, en verheerlijkt Hij de Vader door de verkondiging van zijn verrijzenis. De volgorde zelf van deze woorden maakt ons dat duidelijk. "Verheerlijk uw Zoon", zegt Christus, "opdat Uw Zoon U verheerlijke," alsof Hij zei: Doe Mij verrijzen, opdat Gij door Mij aan de gehele wereld bekend wordt gemaakt. Vervolgens maakt Hij meer en meer duidelijk hoe Hij de Vader verheerlijkt, door te zeggen: "Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem hebt gegeven, en dit is het eeuwige leven dat zij U kennen". Zo verheerlijkt dus de Zoon U, Vader, doordat hij U bekend maakt aan allen die Gij Hem hebt gegeven. Dus als het kennen van God gelijk is aan eeuwig leven, dan voelen wij ons des te meer aangetrokken tot het leven, naargelang wij meer vorderen in die kennis. Sterven zullen wij echter niet in het eeuwig leven; dan zal de kennis van God dus pas volmaakt zijn, wanneer er geen sprake meer van dood zal zijn. De hoogste heerlijkheid is dan Gods verheerlijking. Oudtijds werd "heerlijkheid" als volgt omschreven: gedurig lofprijzend iemand bekend maken. Als een mens al wordt geëerd wanneer men geloof hecht aan zijn goede naam, hoe zal God dan geëerd worden wanneer men Hem zal zien? Daarom staat er geschreven: "Gelukkig, die in uw huis mogen wonen, die eeuwig u loven". Daar zal Gods lofprijzing geen einde kennen, waar Gods kennis volledig zal zijn; en omdat de kennis volledig is, zal dus ook de verheerlijking volledig zijn.