Home

23 augustus   Geloven in Christus




Hippo, dinsdag of woensdag na Pasen, ca het jaar 400

"Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is". Alles is door Hem geworden en Hij is geworden temidden van dat alles. Hij die alles heeft gemaakt, is geworden temidden van dat alles. Hij die de mens heeft gemaakt, is mens geworden: Hij is geworden wat Hij heeft gemaakt, opdat niet zou vergaan, die Hij heeft gemaakt. Hij die alles heeft gemaakt, is zelf geworden temidden van dat alles. Let eens op zijn rijkdom; wat is rijker te bedenken dan Hij door wie alles is gemaakt? Toch heeft Hij, rijk als Hij was, een sterfelijk lichaam aangenomen in de schoot van de Maagd. Als kind is Hij geboren, in windsels van een kind is Hij gewikkeld, in een kribbe is Hij neergelegd; geduldig heeft Hij de groeiperiode afgewacht, geduldig heeft Hij de loop van de tijd doorgemaakt, door wie alle tijden zijn geworden. Hij heeft aan de borst gezogen, Hij heeft geschreid, Hij heeft zich een echt kind getoond. Hij lag in de kribbe en Hij heerste: in een kribbe gelegen, hield Hij de wereld omvat; door zijn moeder gevoed, werd Hij door heidenen aanbeden; door zijn moeder gevoed werd Hij door engelen aangekondigd; door zijn moeder gevoed werd Hij openlijk door het schitteren van een ster bekend gemaakt. Dát was zijn rijkdom, dát was zijn armoede: rijkdom waardoor gij werdt geschapen, armoede waardoor gij werdt herschapen. Als die "Arme" dus gastvrij werd opgenomen als een arme, dan was dat uit inschikkelijkheid, niet uit armoedigheid. Niemand mag aangaande Christus iets anders geloven, dan dat wat Christus zelf wil dat men aangaande Hem gelooft: tegenover Hem past het ons, dat wij geloven wat Hij wil dat men aangaande Hem gelooft, want Hij heeft ons verlost, Hij heeft ons welzijn gezocht, Hij heeft voor ons zijn bloed gestort, Hij heeft voor ons, wat Hij niet verdiende, doorstaan; Hij heeft ons, wat wij niet verdienden, gebracht: dát moeten wij geloven. Wat wil zeggen: Christus? De Zoon van God, het Woord van God. Wat wil zeggen: het Woord van God? Iets dat onmogelijk kan worden uitgedrukt door woorden van mensen, dat is het Woord van God. Vraagt gij aan mij wat dat Woord van God is? Als ik u zou willen zeggen wat het woord van een mens is, dan kan ik het niet uitleggen, dan maak ik mij moe, dan aarzel ik, dan bezwijk ik; ik kan niet eens de kracht van het woord van een mens uitleggen, en nu zegt gij mij: wat is het Woord Gods? Laat Hijzelf het zeggen: in het kort zegt Hij het van zichzelf; maar het is groots wat Hij zegt: "Ik en de Vader zijn één". Tel de woorden niet maar weeg de woorden.