Home

12 december  Advent: Nieuw uitzicht




"Mijn ziel smacht naar uw heil". De psalmist geeft te kennen dat hij naar iets goeds verlangt, iets dat hij nog niet bezit maar waar hij hartstochtelijk en vurig naar verlangt. Wie anders uit deze verzuchtingen dan "een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk" dat naar Christus verlangt, in de persoon van hen die in hun eigen tijd hier op aarde leefden, nu leven en nog zullen leven en dit van het begin van het menselijk geslacht tot het einde van de wereld? Getuige hiervan is de heilige grijsaard Simeon, die toen hij de Gezalfde als kind ontving in zijn armen, uitriep: "Uw dienaar laat Gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan; mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd". Want "hij had een godsspraak ontvangen dat de dood hem niet zou treffen voordat hij de gezalfde des Heren zou hebben aanschouwd". Een dergelijk verlangen echter, zoals dat leefde in die grijsaard, moet ook in alle heiligen van vroeger tijden geen rust hebben gekend. Vandaar ook het woord van de Heer tot zijn leerlingen: "Vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord", zodat ook hun stem wordt herkend in deze woorden: "Mijn ziel smacht naar uw heil"! Toen heeft dus ook dat verlangen van de heiligen geen rust gekend en ook nu kent het geen rust in het lichaam van Christus, de Kerk, tot aan het einde der wereld totdat, naar de belofte van de profeet, "Degene komt naar wie de volkeren verlangen". Dit verlangen waarover wij nu spreken, ontspruit aan de liefde voor zijn verschijning, waarvan Paulus nog zegt: "Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid". Zo hebben de eerste tijden van de Kerk vóór het baren van de Maagd, heiligen gehad die verlangend uitzagen naar zijn menswording: de tijden echter die verlopen sinds de hemelvaart hebben hun heiligen die verlangend uitzien naar zijn openbaring, wanneer Hij levenden en doden komt oordelen. Vanaf het begin tot het einde der tijden kent dit verlangen van de Kerk geen ogenblik rust, uitgezonderd, zolang de Heer lichamelijk hier bij zijn leerlingen verbleef. Gevoeglijk kan men de stem van het "gehele lichaam van Christus", dat "verlangend uitziet" tijdens dit leven, dan ook verstaan in de psalm: "Mijn ziel smacht naar uw heil, ik vertrouw op uw woord", dat is: op uw belofte. Deze hoop doet de gelovigen geduldig verbeiden, wat zij nog niet zien.