Home

16 oktober  De ware wijnstok

Eén enkele biddende "Mens"




"Blijft in Mij, dan blijf Ik in u", zegt de Heer. Toch blijven de leerlingen niet in Hém zoals Hij in hén blijft. De twee wijzen van "blijven" zijn niet van nut voor Hém maar wel voor hén. De ranken immers zitten aan de wijnstok en leveren in het geheel geen bijdrage aan de wijnstok, maar ontvangen van hem om van te leven; de wijnstok echter is in de ranken en voorziet ze van levenssap, zonder iets van hen te ontvangen. Op dezelfde wijze hebben de leerlingen Christus blijvend in zich en blijven zij in Christus; voor hen is dit tweevoudig "blijven" een voordeel, niet voor Christus. Wordt een rank immers afgesneden, dan kan uit de levende wortel een andere rank opschieten, maar de afgesneden rank kan zonder de wortel niet in leven blijven. Vervolgens voegt de Heer er aan toe: "Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin, als gij niet blijft in Mij. Welk een aanbeveling van Gods genade: tot onderrichting van de ootmoedigen en tot beschaming van de hoogmoedigen. Wie meent uit eigen kracht vruchten te kunnen voortbrengen, is niet aan de wijnstok; wie niet aan de wijnstok is, is niet in Christus; wie niet in Christus is, is geen christen. Dat is de diepe afgrond waarin gij terecht komt. Let nu eens goed op wat de Waarheid er vervolgens aan toe voegt: "Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht; want los van Mij kunt gij niets". Nu moet niemand denken dat de rank uit eigen kracht tenminste enige vrucht kan dragen; want na de woorden: "die draagt veel vrucht" zegt Hij niet: "Zonder Mij kunt gij weinig doen", maar: "Gij kunt niets doen". Of het nu weinig is, of veel: zonder Hem kan het niet worden gedaan, zonder wie niets kan worden gedaan. Brengt een rank slechts weinig vrucht voort, dan wordt zij door de wijngaardenier gezuiverd, opdat zij meer vrucht voortbrengt; nochtans, als zij niet aan de wijnstok blijft en van de wortel leeft, kan zij uit eigen kracht geen vrucht dragen, hoe gering ook. "Als iemand niet in Mij blijft," vervolgt Christus, "wordt hij weggeworpen als de rank en verdort; men brengt de ranken bij elkaar, gooit ze in het vuur, en zij verbranden". Zo mooi als het hout is aan de wijnstok zo onaanzienlijk is het los van hem. Dus één van de twee: of aan de wijnstok, of in het vuur; als de rank niet aan de wijnstok blijft komt zij in het vuur: laat zij dus aan de wijnstok blijven om niet in het vuur te komen.